Toernooiregels

Toernooireglement - basisspel


Alle tafels spelen met een door de wedstrijdleiding van tevoren vastgestelde bordindeling. Er mag voor aanvang aan het bord niets worden gewijzigd. Er wordt gespeeld met twee zeskantige dobbelstenen.

Voordat met het spel wordt begonnen bepalen de spelers onderling wie de bank beheert. De speler die de bank beheert is verantwoordelijk voor het uitdelen en innemen van de grondstoffenkaarten en ontwikkelingskaarten. Het bepalen kan op basis van vrijwilligheid gebeuren; zijn er geen vrijwilligers dan wordt door het gooien van een dobbelsteen bepaald wie de bank gaat beheren.

De speler die het hoogst gooit met ťťn dobbelsteen begint (de startspeler).

De stichtingsfase geschiedt zoals algemeen bekend is. Echter, nadat de startspeler zijn tweede dorp heeft geplaatst ontvangt iedere speler van de bank de grondstoffen van de landtegels waar beide dorpen aan staan (dus maximaal 6 grondstoffen om mee te beginnen).

De speler begint zijn beurt altijd met het gooien van de dobbelstenen.

De bank deelt de grondstoffenkaarten uit per speler, te beginnen met de speler die aan de beurt is. Raken de grondstoffenkaarten in de bank tijdens het uitdelen op, dan vervalt het recht op grondstoffenkaarten voor de overige spelers.

Er wordt gespeeld tot een van de spelers 10 overwinningspunten heeft gehaald. De maximale speeltijd is 60 minuten. Tien minuten voor tijd kondigt de wedstrijdleiding de laatste ronde aan. Zodra de startspeler weer aan de beurt is, volgt er nog 1 ronde. Daarna worden de punten geteld.

Als een tafel klaar is met spelen dienen de spelers zelf de eindstand door te geven aan de wedstrijdleiding. Zowel de behaalde overwinningspunten als de klassementspunten dienen bij de wedstrijdleiding te worden gemeld middels het puntentellingsformulier.

De winnaar krijgt maximaal 10 overwinningspunten, ook wanneer hij/zij meer overwinningspunten heeft behaald.

Een speler wint op het moment dat hij/zij minimaal 10 overwinningspunten heeft behaald en aan de beurt is. Indien een speler dus niet in de gaten heeft dat de 10 zegepunten reeds behaald zijn, kan de winst pas worden opgeŽist op het moment dat hij/zij weer aan de beurt is.

Indien er 7 gegooid wordt dan moet de rover verplaatst worden.

Ridderkaarten:
Het spelen van een ridderkaart mag niet geschieden voordat er met de dobbelstenen is geworpen.
Men mag altijd een ridderkaart spelen, ook als hij geen dorp of stad heeft aan de landtegel waar de ridder zich op dat moment bevindt.